IN REACTIE OP JAN STEDEHOUDER
Onderstaande is een reactie op Jan Stedehouder naar aanleiding van mijn commentaar op Livre bij de aankondinging van zijn boek ‘Open Source en Open Standaarden. Voor niets gaat de zon op?’ en zijn reactie daarop. Livre laat helaas niet zulke lange reacties toe vandaar dat ik het hier plaats.
Hallo Jan,
Bedankt voor je reactie. Excuses voor mijn late reactie.
Je vraagt:
“Waarom zou mijn pragmatische keuze in dit opzicht de geloofwaardigheid van het boek aantasten? Heb je het al gelezen? “
Nee, ik heb het boek (nog) niet gelezen, maar ik zal proberen mijn eerste reactie te verhelderen, daarbij wil ik graag opmerken dat het niet mijn intentie is of was om je persoonlijk aan te vallen.
Uiteraard staat het je geheel vrij om welke vorm of licentie voor je eigen werk te kiezen. Daar heeft niemand iets mee te maken. Ik zeg dit, omdat ik de impressie kreeg dat je ietwat gepikeerd leek te reageren op mijn eerste reactie. MAAR als je schrijft over open source en open standaarden dan mag ik wellicht wat verbaasd zijn over de uitspraken die je doet naar aanleiding van een vraag omtrent het beschikbaar stellen van je werk. Deze uitspraken leden er toe dat ik je geloofwaardigheid in twijfel trok. Het gaat dus niet alleen om de keuze voor het reguliere auteursrecht, maar vooral om de uitspraken die je doet om deze keuze te beargumenteren. Je geloofwaardigheid in twijfel trekken is wellicht wat te hard, daarom zal ik trachten mijn eerste reactie te verhelderen.
Je lijkt het uitbrengen van je werk onder onder een minder restrictieve licentie dan het algemeen geldende auteursrecht gelijk te stellen aan het gratis beschikbaar stellen van je werk. Daarbij geef je de impressie dat deze keuze voor een vrijere licentie in plaats van gebruik te maken van het reguliere auteursrecht een binaire keuze is: het is of geld verdienen of een vrije licentie hanteren
“[...] Het in de markt zetten van een boek kost geld (eindredactie, ontwerp, opmaak). Die kosten moeten met relatief kleine oplagen worden terugverdiend. [...] “
“[...] waarbij de kosten voor eigen rekening komen. [...] “
“[...] Bij uitgevers staan de CC-licenties op de agenda en het zal dan ook een kwestie van tijd zijn voordat we in Nederland boeken vrij kunnen geven onder die licenties. Omgekeerd is er wel wat werk te doen bij potentiële lezers, zelfs geïnteresseerde lezers, die blijven steken bij het ‘ha, gratis!’. Ook bij CC-licenties is het noodzakelijk dat lezers kopers worden.[...]”
Het vrijgeven van je werk onder minder restricties dan het regulier auteursrecht betekent niet dat je dat werk ook gratis ter beschikking dient te stellen. Het betekent ook niet dat je het werk op je website als een ODF of PDF bestand dient te plaatsen. Of jij een PDF bestand op je website plaatst is dus niet relevant. Wat wel van belang is, is dat je het juridisch mogelijk maakt dat dit kan en gezien je opmerking:
“Overall gaf voor mij de doorslag dat op deze manier de bibliotheek van Nederlandstalige boeken over open source en open standaarden groeit en een plaats krijgt in de reguliere boekhandels, waardoor mensen die niet direct met het thema te maken hebben er wel tegen aan kunnen lopen.”
wil je juist dat meer mensen in aanraking komen met je werk en zou je derden de mogelijkheid kunnen bieden jouw boek verder te mogen verspreiden. Echter jouw huidige keuze beperkt dit nu juist.
Stel dat jouw keuze was gevallen op een minder restrictieve licentie die anderen ‘slechts’ de mogelijkheid biedt om je werk te mogen verspreiden c.q. te delen. Zoals de meest restrictieve Creative Commons licentie, namelijk de CC-BY-NC-ND. Een combinatie van je werk licenseren onder bijvoorbeeld deze licentie tezamen met het uitbrengen bij een uitgeverij is daarbij goed mogelijk en mijns inziens een perfecte match voor jouw doel. De uitgeverij hoeft niet (onnodig) bang te zijn voor commercieel gebruik, je maakt gebruik van licenties met een soortgelijke achterliggende gedachte als de materie waarover je schrijft en je bereikt ook nog eens veel meer mensen dan alleen de potentiele kopers in de boekhandel, want derden mogen je werk voor niet-commerciele doeleinden verspreiden en delen. Je zou dus kunnen stellen dat een licentie die minder restrictief is dan het reguliere auteursrecht meer waarde aan je werkt toekent dan sec het auteursrecht.
Zoals je terecht opmerkt doet Lawrence Lessig, na eerst zijn boeken onder het reguliere auteursrecht uit te brengen dit nu ook. Het heeft dus zelfs de oprichter van Creative Commons enige tijd gekost om tot inzicht te komen dat het licenseren van een werk onder een minder restrictieve licentie dan het auteursrecht commerciele verkoop niet uitsluit! Ook andere mensen zoals Frans Nauta of David Bollier brengen hun werk uit bij een uitgever en licenseren het onder minder restrictieve voorwaarden dan het reguliere auteursrecht. De licentie is dus geen belemmering om het werk ook commercieel te verkopen, je breidt slechts je markt uit met nieuwe lezers en potentiele kopers.
Je opmerking met betrekking tot dat lezer die blijven steken bij het ‘ha gratis’ zoals je dat noemt is wellicht deels een verklaring waarom je niet voor minder restricties hebt gekozen. Je lijkt in die uitspraak dezelfde retoriek te hanteren als de muziekindustrie hanteert tegen het downloaden. Elke download zou namelijk 1 op 1 gelijkstaan aan een gemiste verkoop. Dit is feitelijk onjuist en is inmiddels meerdere malen weerlegd in diverse onderzoeken (zie bijvoorbeeld dit onderzoek).
Wat betreft het boek van Holland Open. Ik geef daarbij aan dat ik het jammer vind dat er dus niks anders mee gedaan mag worden dan het gratis verspreiden. Dat je mijn argumentatie daaromtrent niet onderschrijft is prima, maar je klinkt nogal verongelijkt en doet eerder vermoeden dat je boos of verontwaardigd bent over mijn reactie dan dat je het inhoudelijk oneens bent over mijn argumentatie.:
“Het punt over het lesboek van Holland Open geeft ook weer aan dat het dus feitelijk nooit genoeg is.”
Je lijkt dus niet te begrijpen waarom een CC-BY-NC-ND licentie onzinnig is voor het onderwijs. Daarom zal ik hier ook nog even verder op in willen gaan. Voor een club die Holland Open heet en zich profileert als:
“Ons doel is belangenbehartiging en het stimuleren van initiatieven in de domeinen: Open Standaarden, Open Source Software & Open Content “
is het nogal vreemd om de meest restrictieve licentie te kiezen. Dat is mijns inziens niet alleen onzinnig en onlogisch voor gebruik in het onderwijs, daar het onderwijs een speciale positie inneemt in de Auteurswet waarbij je je kan afvragen in hoeverre deze meest restrictieve Creative Commons licentie uberhaupt steekhoudend is, maar ook nog eens het ‘verkeerde’ voorbeeld geven. Je zou van een dergelijke organisatie namelijke verwachten voor zoveel mogelijk openheid te gaan.
Echter, het gaat er niet om of iets ‘genoeg’ is, het gaat erom wat de feitelijk toegevoegde waarde van een licentie is.
In het geval van Holland Open kun je afvragen wat de toegevoegde waarde van de licentie is en zou je kunnen stellen dat het als PR voor de minder ingewijden wordt ingezet en dus geen meerwaarde biedt voor het onderwijs.
Tenslotte, door je argumentatie en uitspraken ter onderbouwing van je keuze voor het reguliere auteursrecht trok ik je geloofwaardigheid in twijfel, maar dat was een te harde en te snel getrokken conclusie. De materie is tenslotte nog vrij vers en onontgonnen en ook ik heb hiermee geworsteld, zoals je nog kan zien aan de Creative Commons licentie die ik voor mijn blog had gekozen en inmiddels is gewijzigd naar de licentie die mijns inziens nu beter bij mij past, namelijk CC-BY. Dank voor de terechte opmerking daarover. Daarom nog deze reactie en wellicht is het iets wat kan bijdragen aan de keuze van je gereedschappen in je werk als auteur.
Ps: Wat betreft het jaarboek heb je helemaal gelijk. Ik zal tzt contact opnemen met Hans Sleurink.

[...] @janstedehouder Ik heb zojuist een reactie gegeven op je reactie. Kon niet op Livre ivm techniek Zie http://www.burobjorn.nl/blog/?p=466 [...]